Bonte avond

| De gedresseerde olifant | het levende lijk | Schimmenspel | het kleine mannetje | radiostoring|| De onverwachte motorrijder |

De bonte avond op kamp: is dat een verplicht nummer of een spetterende afsluiting van een leuke kampweek? Om dat laatste te realiseren zul je er toch wel wat moeite voor moeten doen. Je komt er niet met het simpel registreren van deelnemers op een veld papier.
Vooraf zal je iedereen toch enthousiast moeten maken. Ook zul je moeten zorgen voor een sfeervolle aankleding en inrichting van zaal en podium. Je kunt deelnemers die het toch te moeilijk vinden om iets op te voeren entreekaartjes laten maken of posters of inschakelen bij de verlichting of het klaarzetten van de attributen.
Heb je er ook wel eens aan gedacht om de bonte avond in een bepaald thema te houden. Beestenboel betekent een aankleding met veel (knuffel)dieren, spelletjes tussendoor, zoals ezeltje prik en waku-waku-vragen en grote dierenplaten aan de muur. Misschien kun je deelnemers als dier schminken of met dierenmaskers of -kostuums laten rondlopen.
Voorbeelden van thema's die je ook op een bonte avond kunt gebruiken, vind je hier.

In de loop der jaren heb ik aardig wat acts de revue zien passeren. Degene die ik uit mijn hoofd wist, heb ik vermeld en ik houd me weer aanbevolen voor aanvullingen en tips van bezoekers van deze site:

  1. De gedresseerde olifant
    Het circus in de stad en de dompteur vertelt aan het publiek dat hij een olifant bij zich heeft die kunstjes kan en die kan tellen.
    De olifant wordt er bij gehaald en de dompteur vraagt het publiek om eenvoudige rekensommetjes op te geven: 2 + 2 en vervolgens stampt de olifant vier keer met zijn rechtervoorpoot op de grond.
    Er wordt nog een rekensom opgegeven en vervolgens vraagt de dompteur of er iemand uit het publiek bereid is om op de grond te gaan liggen. De olifant zal over hem heen stappen zonder de persoon aan te raken.
    Zo gezegd, zo gedaan en de olifant stapt behendig over de persoon heen. Nu wordt er weer iemand gevraagd. Ook deze gaat liggen, maar terwijl de olifant over het slachtoffer heen stapt, krijgt de laatste een plens water over zich heen.
    De dompteur besluit met de woorden: "Tja, mijn olifant kan wel veel, maar is nog niet zindelijk."
    De olifant bestaat uit twee personen, waarvan de achterste gebogen staat en de voorste om zijn middel vast houdt. De tweede heeft ook een bekertje water bij zich. Over het tweetal is een deken gedrapeerd, om het tweetal enigszins aan een olifant te doen denken.
  2. het levende lijk
    Op een tafel ligt het lijk met een laken over zich heen. Op het toneel zijn verder een stel diepbedroefde familieleden te zien. Dan komt de uitvaartverzorger.
    Deze begint de begrafenis door te nemen maar overal hangt wel een prijskaartje aan en bij elk onderdeel probeert de familie wel iets af te dingen. Zo kan een eikenhouten kist een kartonnen doos worden, een koffietafel met cake, een glas water met een kaakje, een mooi koor iemand uit de groep die ook wel een deuntje weet, kortom het wordt wel erg eenvoudig. Tenslotte komt het gesprek op auto's. Als inmiddels het aantal volgauto's is teruggebracht tot nul, omdat iedereen op de fiets gaat, stapt het lijk van tafel met de woorden: "Dan ga ik maar lopen."
  3. schimmenspel
    Dit is al een hele oude. Er wordt een laken opgehangen dat vanaf de achterkant met een forse schijnwerper (projector) wordt beschenen. Achter het doek voeren diverse spelers een act op. Een bekende is de operatie. En spler gaat liggen op tafel en de chirurg geeft hem eerst een klap met een hamer op zijn hoofd. Althans, zo lijkt het voor het publiek. In werkelijkheid slaat hij voor zijn hoofd hard op tafel.
    De chirurg begint het lichaam open te snijden of te knippen en haalt achtereenvolgens de meest vreemde voorwerpen eruit. Vervolgens wordt het lichaam weer dichtgenaaid.
    Succes is altijd verzekerd bij deze - vrij simpel te realiseren - act.
  4. het kleine mannetje
    Dit is een bijzonder grappige act, alleen wordt vaak zo veranderd, dat er van het oorspronkelijke idee weinig overblijft.
    Twee personen doen er aan mee. Een speler gaat op een tafel zitten. De ander gaat achter hem staan. Nu wordt het tweetal zo gekleed, dat van de achterste alleen de handen gebruikt worden. Deze steken uit de blouse/trui van de voorste speler.
    De muziek gaat draaien en het kleine mannetje gaat nu, synchroon op de muziek dansen of andere handelingen uitvoeren. Het wordt helemaal te gek, als het kleine mannetje zijn tanden gaat poetsen of probeert te eten. Een kliederpartij is meestal het gevolg.
    Wat tegenwoordig vaak overblijft, is alleen de kliederpartij. Twee personen gaan op twee stoelen zitten. Achter elk van hun komt een medespeler (of de verzinner van de act). De achterste speler krijgt een doek over zijn hoofd en probeert de voorste te voeren, tanden te poetsen o.i.d. Feitelijk is het minder leuk dan de originele act, hoewel er vaak hartelijk gelachen wordt. Meestal worden stafleden als slachtoffer gebruikt.
  5. De onverwachte motorrijder
    De onverwachte motorrijder heb ik deze act maar genoemd. Er zullen ongetwijfeld andere benamingen voor zijn. Twee spelers vertrekken en komen weer terug. Ze steken hun hoofd van achter door een stuk behangpapier, eventueel hun handen door twee daarvoor gemaakte openingen. Het behangpapier wordt vastgehouden door andere deelnemers. De spelleider vertelt, dat zij nu op een motor zitten en harde motorgeluiden moeten maken. Af-en-toe draait de motor naar links of naar rechts.
    De slachtoffers, want zo mag je de spelers achter het behang wel noemen, begrijpen niets van het gelach uit de zaal. Wat blijkt: Aan de voorzijde is geen motor getekend, maar iemand die op een wc-pot zit met het gezicht, juist ja, het gezicht van het slachtoffer duidelijk zichtbaar.

bovenaan pagina