Shalom Chawerim

(Vaarwel goede vrienden, vaarwel tot we elkaar weer ontmoeten.)

Shalom chawerim! Shalom chawerim!
Shalom, shalom!
Lehitraot, lehitraot,
shalom, shalom!

Suzanne

1. Suzanne neemt je mee naar een bank aan het water,
Duizend schepen gaan voorbij en toch wordt het maar niet later.
En je weet dat ze te gek is, want daarom zit je naast haar,
En ze geeft je een pepermuntje, want ze geeft je graag iets tastbaars,
En net als je haar wilt zeggen, ik kan jou geen liefde geven
Komt heel de stad tot leven en hoor je de meeuwen schreeuwen.
Je hebt steeds van haar gehouden.

Refrein: En je wilt met haar wel meegaan,
samen naar de overkant, ja.
En je moet haar wel vertrouwen,
Want zij houdt al je gedachten in haar hand.

2. En Jezus was een visser, die 't water zo vertrouwde,
dat Hij zomaar over zee liep, omdat Hij had leren houden
van de golven en de branding, waarin niemand kan verdrinken.
Hij zei, als men blijft geloven, kan de zwaarste steen niet zinken,
maar de hemel ging pas open, toen zijn lichaam was gebroken
en hoe Hij heeft geleden, dat weet alleen de vissser van het kruis.

Refrein: (haar = hem, zij = hij)

3. Suzanne neemt je mee naar een bank aan 't water.
Je onthoudt waar ze naar kijkt, als herinnering voor later
en 't zonlicht lijkt wel honing, waaraan kinderen zich tegoed doen.
En het grasveld ligt bezaaid, met wat de mensen wegdoen.
In de goot liggen de helden met een glimlach op de lippen,
en de meeuwen in de lucht lijken net verdwaalde stippen,
Als Suzanne je lachend aankijkt.

Refrein:

Sophietje

1. Zij dronk ranja met een rietje
mijn Sophietje
Op een Amsterdams terras;
Zij was Hollands als het gras
Als een molen aan de plas
Ik wist niet wat ik moest zeggen
Uit moest leggen
Iets wat Cupido wel weet
Dat zij meteen iets deed
Meteen iets deed.

2.Ik zag meisjes in Parijs en in Turijn
In Helsinki en in Londen en Berlijn
Waar ik op de wijde wereld was
Ze mochten er wel zijn
Maar de mooiste van de mooiste is Sophie,
In de liefde is zij zeker een genie,
Want een meisje als Sophietje,
Is een lente symfonie!

3. In haar stem hoor ik een liedje,
Melodietje
‘t Is een liedje met een lach
Dat ik hoor sinds ik haar zag,
Sinds ik haar zag

4. Ik zag meisjes in Parijs en in Turijn,
In Helsinki en in Londen en Berlijn.
Waar ik op de wijde wereld was,
Ze mochten er wel zijn.
Maar de mooiste van de mooiste is Sophie,
In de liefde is zij zeker een genie,
Want een meisje als Sophietje
Is een lente symfonie.

5.Zij dronk ranja met een rietje
Mijn Sophietje
Op een Amsterdams terras,
Toen wist ik dat mijn Sophie
De liefste was!!!

Tante d'r blouse

En ik moet je wat vertellen van m'n tante d'r blouse,
die is gekrompen met vier maten,
dat is niet voor de poes.
't Gebeurde in de wasserette,
't is maar dat je het weet,
't is eeuwig zonde, maar wel logisch,
want het water was te heet.
Nu hangt-ie zielig in een hoekie, op een hanger naast een broekie,
in de kast.
O yeah.

Tiktakcanon

Grote klokken zeggen: Tik tak, tik tak,
kleine klokken zeggen: Tik-tak, tik-tak, tik-tak, tik-tak
en die kleine zakhorloges:
Tikke takke tikke takke tikke takke krtsss.

The drunken sailor

1. What shall we do with the drunken sailor (3 x)
early in the morning?
Hooray and up she rises, (3 x)
early in the morning.

2. Put hum in a long-boat until he's sober, (3 x)
early in the morning?
Hooray and up she rises, (3 x)
early in the morning.

3. Pull him with a plug and wet him all over, (3 x)
early in the morning?
Hooray and up she rises, (3 x)
early in the morning.

4. That's what we do with the drunken sailor, (3 x)
early in the morning?
Hooray and up she rises, (3 x)
early in the morning.

The house of the rising sun

1. There is a house in New Orleans
They call The Rising Sun.
It's been the ruin of many a poor boy
And me, O God, I'm one.

2. My mother was a tailor,
She sewed my new blue jeans.
My father was a gambler Lord,
Down in New Orleans.

3. Now the only thing a gambler need,
Is a suitcase and a truck,
And the only time he's satisfied,
Is when he's all a-drunk.

4. He fills his glass up to the brim
And he'll pass the cards around.
And the only pleasure he gets out of his life
Is ramblin' from town to town.

5. O Mother, tell your children
Not to do what I have done:
Spend your life in sin and misery
In the House of the Rising Sun.

6. Well it's one foot on the platform
And the other foot on the train.
I'm going back to New Orleans
To wear that ball and chain.

7. I'm going back to New Orleans
My race is almost run.
I'm going back to New Orleans
Down in the Rising Sun.

The ship Titanic

1. When they build the ship Titanic, to sail the ocean blue,
and they thougt they had a ship, where the water never go through.
But the good Lord raise his hand and said: this ship will never land
Ooo, it was sad when the great ship went down.

Refrein: Ooo, it was sad, so sad, it was sad when the great ship
went down to the bottom of sea.
It was sad when the great ship went down.

2. They were 30 mile ashore, when they heard a mighty roar,
and the rich refused to associate the poor.
Well, they put them down below, so they were the first to go,
Ooo, it was sad when the great ship went down.

Refrein:

3. So, the lowered down the lifeboats, on a dark en stormy sea.
And the band starts the playing: "nearer by Lord to the"
Husbands and wifes, little children lost their lifes,
Ooo, it was sad when the great ship went down.

There's a hole in my bucket

1. There's a hole in my bucket, dear Lize, dear Lize,
there's a hole in my bucket, dear Lize, a hole.

2. Go fix it, dear Henry, dear Henry,
go fix it, dear Henry, dear Henry, fix it!

3. With what shall I fix it, dear Lize ... with what?

4. With a straw, dear Henry ... with a straw!

5. But the straw is too long ...

6. Well cut it ...

7. With what shall I cut it ...

8. With an axe ...

9. But the axe is too dull ...

10. Well sharpen it ...

11. On what shall I sharpen it ...

12. With a stone ...

13. The stone is too dry ...

14. Well wet it ...

15. With what shall I wet it ...

16. Try water ...

17. In what shall I fetch it ...

18. With a bucket ...

19. But there's a hole in my bucket ...

Toe maar jongens de beuk erin

1. Toe maar jongens, de beuk erin,
Ja, vooruit maar lui, zet 'm op.
Gif en rotzooi in de zee,
de oceaan een grote plee,
de vis die gaat maar zo niet dood
de zee is zo ontzettend groot,
dit gaat het snelst en tijd is geld,
iets anders wordt te duur -
Wij zijn de baas in de natuur.

2. Toe maar jongens, de beuk erin,
Ja, vooruit maar lui, zet 'm op.
De laatste bomen gaan eraan
als deel van een bestemmingsplan.
Een stankgolf hier, een roetwolk daar,
de industrie moet voort, nietwaar.
Gezondheid, welzijn, enzovoort,
dat is allang verstoord -
Straks stikt iedereen de moord.

3. Toe maar jongens, de beuk erin,
Ja, vooruit maar lui, zet 'm op.
Maak je medemens maar af,
Een megatonnen massagraf,
In Ulster of in Mozambique,
Gereformeerd of Katholiek
Koeieneren, martel maar,
Ja, knuppel ze maar neer -
Liefst in naam der lieve heer.

4. Toe maar jongens, de beuk erin,
Ja, vooruit maar lui, zet 'm op.
Blijf maar trouw aan het gezag,
Dat niets presteert, maar alles mag.
En heb maar niet teveel kritiek
Op heel die ouwe lullenkliek,
Op oorlogszucht en machtsmisbruik,
Kwaadaardig en gemeen -
En met schijt aan iedereen.

5. Toe maar jongens, de beuk erin,
Ja, vooruit maar lui, zet 'm op.
Blameer de communisten maar,
Of geef de schuld maar aan elkaar,
Of doe de boel maar af met god,
Ook al is de hele troep verrot.
En steek je kop maar in het zand.
Dat is het beste want -
Het loopt al aardig uit de hand.

Toembah

Toembah, toembah, toembah, toembah,
toembah, toembah, toembah,
la-la-la, la-la-la, la-la-la-la-la-la
la-la-la-la, la-la-la-la, la-la-la-la-la-la-la.