En ik ben met Catootje naar de botermarkt geweest,
ze kon maken wat ze wou, ze kon maken wat ze wou,
ze kon maken wat ze wou, ze kon maken wat ze wou.
1. En ze maakte van boter een dominee,
een dominee pardoes!
"In de karrek, in de karrek," zei de dominee, (2 x)
Refrein: De domi- dominee, de domi-dominee,
en m'n zuster die heet Kee, (3 x)
2. En ze maakte van boter een wafelvrouw,
een wafelvrouw pardoes!
"Kom maar binnen, kom maar binnen," zei de wafelvrouw (2 x),
"In de karrek, in de karrek," zei de dominee, (2 x)
Refrein:
3. En ze maakte van boter een toverheks,
een toverheks pardoes!
'k Zal je pakken, 'k zal je pakken," zei de toverheks (2 x)
"Kom maar binnen, kom maar binnen," zei de wafelvrouw (2 x),
(hierna telkens een herhaling van het voorgaande!)
Refrein:
4. En ze maakte van boter een kastelein,
een kastelein pardoes!
"Eerst betalen, eerst betalen," zei de kastelein, (2 x)
"'k Zal je pakken, 'k zal je pakken," zei de toverheks (2 x)
Refrein:
5. En ze maakte van boter een barones,
een barones pardoes!
"In de suite, in de suite, " zei de barones, (2 x)
"Eerst betalen, eerst betalen," zei de kastelein, (2 x)
Refrein:
6. En ze maakte van boter een ouwe heer,
een ouwe heer pardoes!
"Heel voorzichtig, heel voorzichtig," zei de ouwe heer (2 x)
"In de suite, in de suite, " zei de barones, (2 x)
Refrein:
7. En ze maakte van boter een dikke meid,
een dikke meid pardoes!
"Lekker zoenen, lekker zoenen," zei de dikke meid, (2 x)
"Heel voorzichtig, heel voorzichtig," zei de ouwe heer (2 x)
Refrein:
8. En ze maakte van boter een lichtmatroos,
een lichtmatroos pardoes!
"Mooie benen, mooie benen," zei de lichtmatroos, (2 x)
"Lekker zoenen, lekker zoenen," zei de dikke meid, (2 x)
Refrein:
1. When I was a little baby, my mother rocked me in the cradle.
In them old, old cotton fields at home.
When I was a little baby, my mother rocked me in the cradle.
In them old, old cotton fields at home.
Refrein: Oh, when them cotton bolls got rotten,
you couldn't pick very much cotton, In the old cotton fields at home.
It was down in Lousiana, just a mile from Texancana,
and them old, old, cotton fields at home.
2. It may sound a little funny, but you didn't make very much money.
In the old, old cotton fields at home.
It may sound a little funny, but you didn't make very much money.
In the old, old cotton fields at home.
Refrein:
En wie stuift er op zijn paard door de prairie?
Dat is Cowboy Billy Boem. door de boeven zeer gevreesd.
Er is nooit in het wilde westen een cowboy geweest,
die zo dapper was als cowboy Billy Boem.
Van je hotsie knotsie knetter, van je jippie, jippie, jee.
Maar z'n paard was zeer vermoeid
en hij wou niet verder mee.
Maar hij moest de boeven vangen,
dus nam hij een ander beest.
En nu gaan we zelf bedenken
wat voor beest dat is geweest.
1. In een blokhut op de prairie woont een man:
Rooie haren, twee revolvers - heel niet bang!
Woont daar eenzaam en verlaten
ver van dorpen en van straten:
Wilde Johnny van het circus "Kens en Stans".
Refrein: Zing ik aja jippie, jippie jee (2 x)
zing ik aja jippie, aja jippie,
aja jippie-jippie-jee.
2. De wildste mustang die berijdt hij met gemak,
voor betalen heeft hij dollars op zijn zak.
En hij hoopt ook eens te trouwen
en dat zal hem niet berouwen:
Wilde Johnny is dan niet meer zo alleen.
3. Op een dag ging wilde Johnny naar de stad,
omdat hij geen kogels voor zijn gun meer had.
Heel voldaan en zeer tevreden
is hij toen van huis gereden;
vrolijk fluitend met zijn handen in zijn zak.
4. In de stad kocht hij patronen en tabak,
dronk er whisky, speelde poker met gemak,
tot de sheriff aan kwam rijden,
wilde Johnny niet mocht lijden.
Hem een zet gaf en toen lag hij op de grond.
5. In een ogenblik was toen 't gevecht ontbrand:
Johnny schoot vanuit zijn heup in sheriffs hand,
die zich dat niet liet bevallen
en terug begon te knallen,
eerst de lamp en toen de whisky van de plank.
6. In een wip zat wilde Johnny op zijn paard,
maar de sheriff zat hem vlak achter zijn staart.
't Ging door bergen en ravijnen
tot de maan begon te schijnen
en dat ging nog met een ongeluk gepaard.
7. Plots'ling sloeg 't paard van Johnny toen op hol
en dat hield-ie zo een half uurtje vol
tot hij eensklaps zonder reden
in 't ravijn stort naar beneden,
in de rondte draaiend als een dolle tol.
(traag gezongen, gevolgd door snel refrein):
8. In een dal tussen wat bloemen en wat gras
ligt het lijk van wilde Johnny, ver van huis.
Hij is als koning overleden,
"Koning Prairie" van 't verleden
en zijn mond is nu gesloten als een kluis.
Daar was laatst een meisje loos
1. Daar was laatst een meisje loos;
die wou gaan varen,
die wou gaan varen -
Daar was laatst een meisje loos;
die wou gaan varen als lichtmatroos.
2. Zij moest klimmen in de mast;
maken de zeilen,
maken de zeilen -
Zij moest klimmen in de mast;
maken de zeilen met touwtjes vast.
3. Maar door storm en tegenweer
sloegen de zeilen,
sloegen de zeilen -
Maar door storm en tegenweer
sloegen de zeilen van boven neer.
4. "Och kapteintje, sla me niet;
ik ben uw liefje,
ik ben uw liefje -
och kapteintje, sla me niet:
Ik ben uw liefje, zoals gij ziet."
5. Zij moest komen in de kajuit;
kreeg een pak ransel,
kreeg een pak ransel -
zij moest komen in de kajuit;
kreeg een pak ransel en toen was het uit.
1. Wat gaan we doen met de dronken zeeman, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein: Hola en hop daar gaat-ie, (3 x)
's morgens in de vroegte!
2. Stop hem in z'n bed, hij zal wel slapen, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein:
3. Hang hem in de mast om uit te waaien, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein:
4. Roep de kapitein, hij zal hem leren, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein:
5. Geef hem nog een borrel voor zijn droge lever, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein:
6. Stop 'm met zijn kop in een emmer water, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein:
7. Gooi 'm overboord, dan kan-ie zwemmen, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
Refrein:
8. Dat zullen we doen met de dronken zeeman, (3 x)
's Morgens in de vroegte?
De fiets van Piet Paaltjens is zojuist gepasseerd,
De fiets van Piet Paaltjens is zojuist gepasseerd,
De fiets van Piet Paaltjens is zojuist gepasseerd,
De fiets van Piet Paaltjens is zojuist gepasseerd.
De wielen van de fiets ....
De banden van de wielen ....
De velgen van de banden van de wielen ....
De spaken van de velgen van de banden van de ....
De assen van de spaken van de velgen van de ....
De kogels van de assen van de spaken van de ....
Het vet van de kogels van de assen van de ....
De haan is dood, de haan is dood,
De haan is dood, de haan is dood,
Hij zingt niet meer: Kokkodi, kokkoda,
Hij zingt niet meer: Kokkodi, kokkoda, //
kokko-kokko-kokko-kokko-di, kokko-da (2 x).
1. De held Prins Maurits kwam met honderdduizend man,
daar ging-ie mee de bergen af van boven naar benee.
En was-ie bovenaan, dan was-ie niet benee.
En was-ie halverwege ... was-ie boven noch benee!
2. De held Prins Maurits kwam met honderdduizend man,
daar ging-ie mee de bergen af van onderen af omhoog.
En was-ie bovenaan, dan was-ie niet omhoog,
en was-ie halverwege, was-ie ond'ren noch omhoog!
Bij de woorden 'boven en 'bovenaan' richten we ons zo hoog mogelijk op, bij het woordje 'beneden' maken we ons zo klein mogelijk. Bij 'halverwege' hurken we weer en maken een beweging, alsof we een berg aan het beklimmen zijn.
1. In de wei stond een Hollandse koe,
die kwam opgetogen naar me toe.
En zei: "ik ben jarig, meneer,
pak de glazen want ik trakteer".
Refrein: because everybody likes milk, o yeah!
everybody likes milk, pompompom,
everybody likes milk!
2. Ik heb toen snel al mijn vrienden gebeld,
en ze van die koe verteld.
Een ieder nam wat mee voor dat beest,
ja het werd een reuze feest.
Refrein:
3. Eén van hen was een groot trompettist,
en die danste met die koe een twist.
En plots stond daar in die wei,
zeven milkshakes op een rij.
Refrein:
4. Ik werd toen wakker in m'n bed,
en was het uit met de pret.
En dromen zijn dan wel bedrog,
maar melk bestaat lekker toch.
Refrein: Boe...yeah!
1. Midden in het tuintje van m'n oude malle oom
staat een kauwgomballenboom, een echte kauwgomballenboom
met honderdduizend ballen voor een stuiver en een cent,
die zie je zomaar vallen als je uitgeslapen bent.
Ze vallen met z'n allen uit de takken van de boom,
midden in het tuintje van m'n oom.
En elke zondagmiddag is het feest in de straat:
Dan zingen alle kinderen en niemand komt te laat,
want dan klimt m'n oom naar 't topje van de boom.
Dan schudt hij aan de takken
en de ballen die dan plakken
laat-ie naar beneden kwakken,
die mogen we dan pakken tot we smikkelen en smakken.
Midden in het tuintje van m'n oom!
2. Weet je wat het beste is in jouw geval:
Neem een kauwgombal, een hele grote kauwgombal.
Je hoeft 'm niet te kopen voor een stuiver of een cent,
gewoon een stukje lopen, als je uitgeslapen bent.
Dan kom je zonder zoeken bij de kauwgomballenboom
midden in 't tuintje van m'n oom.
Want elke zondagmiddag is het feest in de straat:
Dan zingen alle kinderen en niemand komt te laat,
want dan schudt m'n oom alle ballen uit de boom.
Waarom zit je nog te kniezen,
pak je spullen en je biezen.
Laat je kaken niet bevriezen,
want wat heb je te verliezen,
dan je tanden en je kiezen.
Leve m'n oude malle oom!
1. In 't groene dal, in 't stille dal,
waar kleine bloempjes groeien.
Daar ruist een blanke waterval
en druppels spatten overal,
om ieder bloempje te besproeien, )bis
ook 't kleinste! )
2. En boven op de heuv'lenspits
waar forse bomen groeien.
Daar zweept de stormvlaag fel en bits,
daar treft de rosse bliksemflits,
En splijt bij 't daavrend onweersloeien )bis
de grootste! )
3. Omhoog, omhoog, op berg en dal,
Ben 'k in de hand des Heren!
Toch kies ik, als ik kiezen zal,
mijn stille plek, mijn waterval,
Toch blijf ik steeds naar mijn begeren )bis
De kleinste! )
1. De koning van Siam die had het zo koud,
toen heeft hij zijn hoofd in de kachel gedouwd. (2 x)
2. Hij moest voor zijn vrouw nog wat boodschappen doen,
een pak lucifers en een lapje katoen. (2 x)
3. Hij kocht nog wat zout en een flesje azijn,
dat smaakt bij de pudding zo pittig en fijn. (2 x)
4. Hij deed de azijn toen al in een vergiet.
Dat is wel niet slim, maar dat hinderde niet. (2x)
5. Hij was maar net thuis of daar buldert zijn vrouw:
"Ben jij nou een koning, wat heb ik aan jou?" (2 x)
6. Toen kreeg-ie 't zo warm en toen kreeg-ie 't zo koud,
toen heeft-ie zijn hoofd in de kachel gedouwd. (2 x)
7. De koning van Siam, die ging toen kapoet ...
Dat heb je ervan, als je boodschappen doet! (2 x)
1. Steeds als ik je zie lopen, dan gaat de hemel een klein beetje open.
Sterren, je laat ze verbleken met je ogen die altijd stralen.
Jij kan de zon laten schijnen, want je loopt langs en de wolken
verdwijnen en als je lacht, lacht heel de wereld mee.
Refrein: De meeste dromen zijn bedrog,
maar als ik wakker wordt naast jou
dan droom ik nog. Ik voel je adem en zie je gezicht.
Je bent een droom die naast me ligt.
Je kijkt me aan en rekt je uit, één keer in de zoveel tijd
komen dromen uit.
2. Jij moet mij één ding beloven:
laat me nog lang in m'n dromen geloven.
Zelfs als je even niet hier bent,
blijf in m'n slaap dan bij mij.
En als de zon weer gaat schijnen,
laat dan dat beeld dat ik heb niet verdwijnen.
Als je zou gaan, neem je m'n dromen me.
Refrein:
De kop van de kat was jarig
en de pootjes vierden feest,
Het staartje kon niet meedoen,
want dat was pas ziek geweest ...
Het kwam pas uit het ziekenhuis
en het had zo'n pijn in z'n keel.
En al dat dansen en dat springen was hem veel te veel.
1. Een nachtuil was verliefd van zin - Oehoe
Toen fietste hij naar de nachtuilin - Oehoe
Hij sprak zijn liefje aldus aan:
Zeg, wil je met mij fietsen gaan!?
Oehoe - oehoe - oehoe (2 x)
2. Zij beet verlegen op haar poot - Oehoe
Een blosje kleurde haar wangen rood - Oehoe
Ze zei niet nee, ze zei niet ja,
verwees hem naar meneer papa.
Oehoe - Oehoe - oehoe (2 x)
3. De nachtuil was van zessen klaar - Oehoe
Hij fietste naar de uilenvaar - oehoe
Die spotte wreed met zijn verdriet
en zei: Mijn dochter krijg je niet.
Oehoe - Oehoe - Oehoe (2 x)
4. De oudste uil van mijn geslacht - Oehoe
Werd op een kerkmuur groot gebracht - Oehoe
Mijn dochters zijn dus van natuur
te chique voor uilen uit de schuur.
Oehoe - oehoe - Oehoe (2 x)
5. De nachtuil was ten einde raad - Oehoe
De liefde maakte hem desperaat - Oehoe
En toen van alle hoop beroofd
Schoot hij een kogel door zijn hoofd.
Oehoe - Oehoe - Oehoe (2 x)
6. De uilen waren aangedaan - Oehoe
En hieven toen een klaagzang aan - Oehoe
En droevig klonk toen het refrein
van uilenliefde en uilenpijn.
Oehoe - Oehoe - Oehoe (2 x)
De sterren verschijnen, eerst één voor één.
Dan volgen er duizenden en telt ze geen. (2 x)
Oei! De trappelzak-boogie!
De trappelzak-boogie (4x)
De trappelzak, trappelzak, trappelzak-boogie!
Hoor daar een stap! Hoor daar een stap!
Mammie die loopt op de trap! St!
Doe-doe-doe-doe! Doe-doe-doe-doe!
Doe vlug je oogjes nu toe!
Moeder:
Kijk nu zijn ze aan 't slapen!
Bobbie-lief is zelfs aan 't gapen!
Met zo'n blosje op de kaken
Zullen ze geen herrie maken
'k Laat die lieve, kleine apen
Slapen, slapen, slapen, slapen!
Dag kindertjes, blijven jullie maar lekker slapen, hoor
Daag
kinderstemmetjes:
Haha, ze denkt dat we echt maffen!
Nu is ze weg! Nu is ze weg!
Nu is mamaatje weer weg!
Oei! De trappelzak-boogie
Wat zie ik daar?
Wat zie ik daar?
O wat een pracht rammelaar!
Vader:
Nu is het uit!
Nu is het uit!
Wat is dat voor een geluid?
kinderstemmetjes: O pappie is boos. Nou moeten we even stil zijn.....
Haha, die gekke pappie!
Nou gaan we naar beneden. Zo, jongens, daar gaan we weer:
Pappie is weg!
Pappie is weg!
Pappie is, pappie is weg!
Oei! De trappelzak-boogie!
Vader:
Wil je soms een lekker koekie?
kinderstemmetjes:
Nee! De trappelzakboogie!
De uil zat in de olmen
bij 't vallen van de nacht.
En achter gindse heuv'len
daar roept de koekkoek zacht:
koekkoek, koekkoek, koekkoekkoekkoekkoekkoek, //
koekkoek, koekkoek, koekkoekkoekkoekkoekkoek.
1. De vakantie gaat beginnen,
niet meer alle dagen binnen.
Lekker naar de camping of het strand
pak je flesje zonnebrand.
2. Pak je slaapzak en je zwembroek,
je zonnebril en ook je handdoek.
En vergeet vooral je voetbal niet -
ga naar buiten en geniet.
1. Komt mee naar buiten allemaal,
dan zoeken wij de wielewaal
en horen wij die muzikant,
dan is de zomer weer in 't land!
Dudeljo klinkt zijn lied (2 x),
Dudeljo en anders niet,
2. Hij woont in 't dichte eikenbos,
gekleed in gouden vederdos.
Daar jodelt hij op zijn schalmei,
tovert onze harten blij.
Dudeljo ...
We vlogen met een zucht, daar boven in de lucht.
We zaten zo gezellig in een schuitje.
En niemand kon ons zien - we hadden pret voor tien:
Leve de zeppelin!
Nadat het lied eenmaal in zijn geheel is gezongen, wordt bij elke herhaling daarna een van de volgende woorden niet meer gezongen, maar vervangen door een handeling. Tot besluit wordt het hele lied met de bewegingen en geluiden vlugger en vlugger gezongen:
1. Zucht vervangen door het slaken van een diepe zucht;
2. Schuitje vervangen en net doen of men roeit;
3. Zien weglaten en met de vingers een bril maken;
4. Tien weglaten en alle vingers omhoog steken;
5. Zeppelin weglaten en een oorverdovend geluid maken.
1. On a wagon, bound for market
lies a calf with a mournful eye.
High above him, there's a swallow
winging swiftly through the sky.
Refrein: How the winds are laughing,
they laugh with all their might.
Laugh and laugh the whole day through
and half the summer's night.
Donna, donna, donna, donna, )
donna, donna, donnai-dai ) bis
2. "Stop complaining!" said the farmer,
"who told you a calf to be?
Why don't you have wings to fly with,
like the swallow so proud and free?"
Refrein:
3. "Calves are easily bound and slaughtered,
never knowing the reason why.
But whoever treasures freedom,
like the swallow must learn to fly."
Refrein:
1. Op de wagen van het slachthuis
stond een kalf met gebogen kop.
In de blauwe lucht daarboven
zocht een zwaluw de vrijheid op.
Refrein: En de aarde draait maar, met al haar ach en wee
en het windje waait maar en voert de zwaluw mee.
Donna, donna, donna, donna, )
Donna, donna, donna - dee ) (2 x)
2. "Klaag niet," zei de wagenvoerder,
"Niemand dwingt jou een kalf te zijn.
Had je vleugels als een zwaluw
Was je even vrij als hij."
Refrein:
3. Kalv'ren worden vastgebonden
En in 't abattoir geslacht.
Leer dus, als je vrij wilt blijven,
Tijdig vliegen op eigen kracht.
Refrein:
Drei Japannezen mit dem Kontrabas
sassen auf der Strasse und Sie spielten was.
Kam die Polizist und was ist das:
Drei Japannezen mit dem Kontrabas.
Het is de bedoeling dit lied telkens met een andere klinker te zingen: a, o, ij, oe, eu enz. Bijvoorbeeld: Dro Joponnozon mot dom Kontrobos ...
1. Drie schuintamboers, die kwamen uit het oosten,
Drie schuintamboers, die kwamen uit het oosten
van je rombom, wat maal ik erom,
die kwamen uit het oosten, rombom!
2. Een van de drie zag daar een aardig meisje,
Een van de drie zag daar een aardig meisje
van je rombom, wat maal ik erom,
zag daar een aardig meisje, rombom.
3. "Zeg meisjelief, mag ik met jou verkeren?
Zeg meisjelief, mag ik met jou verkeren,
van je rombom, wat maal ik erom,
mag ik met jou verkeren, rombom?"
4. "Zeg jongeman, dat moet je vader vragen,
zegt die van ja, dan kun je mij behagen,
van je rombom, wat maal ik erom,
dan kun je mij behagen, rombom."
5. "Zeg oude heer, mag ik je dochter trouwen?
Zij is voorwaar de schoonste aller vrouwen!
van je rombom, wat maal ik erom,
de schoonste aller vrouwen, rombom.
6. "Zeg jongeman, zeg mij: Wat is jouw rijkdom?
Zeg jongeman, zeg mij: Wat is jouw rijkdom?
van je rombom, wat maal ik erom,
zeg mij: Wat is jouw rijkdom, rombom!"
7. "Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
mijn rijkdom is een trommel met twee stokken;
van je rombom, wat maal ik erom,
een trommel met twee stokken, rombom!"
8. "Zeg jongeman, dan mag je haar niet trouwen,
zeg jongeman, ik wil mijn dochter houen,
van je rombom, wat maal ik erom,
ik wil mijn dochter houen, rombom!"
9. "Zeg, oude heer, ik heb nog iets vergeten,
zeg, oude heer, dit dient gij nog te weten:
van je rombom, wat maal ik erom,
dit dient gij nog te weten, rombom!"
10. Mijn vader is de hertog van Brittanje,
mijn moeder is de koningin van Spanje!
van je rombom, wat maal ik erom,
de koningin van Spanje, rombom!"
11. "Zeg jongeman, je mag mijn dochter trouwen!"
"Nee, oude heer, je mag je dochter houen,
van je rombom, wat maal ik erom,
je mag je dochter houen, rombom!"
1. Heerlijk land van mijn dromen,
Ergens hier vandaan;
Waar elk zo graag wil komen,
Daar waar geen leed kan bestaan.
Refrein: Droomland, droomland,
O, ik verlang steeds naar droomland;
Daar heerst steeds vree,
Dus ga met mij mee,
Samen naar 't heerlijke droomland.
2. 'k ben daar zo vaak aan 't dwalen,
'k hoor naar der vog'len lied;
't is of ze mij verhalen,
Van al het schoons dat men ziet
Refrein:
3. Zwerver gij vindt daar vrede,
Zieke, gij kent geen pijn;
Daar wordt geen strijd gestreden,
Daar allen broeders toch zijn.
Refrein:
4. Daar vindt men jeugd en vreugd weer,
Kent men geen arm en rijk;
Daar is geen zorg en smart meer,
Allen zijn wij daar gelijk.
Refrein: